‘Ik ben teleurgesteld over geldverspilling in de bouw’

Voor u gelezen in de CoBouw van 20-10-2010 09:15 
 
IJSSELSTEIN – Vernieuwing in de bouw stokt, omdat corporaties nu kiezen voor de lage prijzen van de markt in plaats van samenwerking met vaste bouwpartners

Tot ergenis van renovatiedirecteur Peter van Ieperen. “Het initiatief van ketensamenwerking moet bij de opdrachtgever liggen.” Van Ieperen is een gepassioneerde man. Hij balt zijn vuisten als hij het heeft over het weggegooide geld in de bouw. “Ik wil af van het woord faalkosten”, zegt de directeur van renovatiebedrijf Van Ieperen Groep aan een vergadertafel in zijn kantoor in IJsselstein. “Het zijn structuurkosten. De structuur in de bouw klopt gewoon niet.” Van Ieperen is directeur van een van de grootste renovatiespecialisten van Nederland. Vorig jaar werd een omzet van 55 miljoen euro gehaald. Dit jaar zit er niet meer in dan 50 miljoen. Zestig woningcorporaties nemen diensten van Van Ieperen af. De marge is onder invloed van de markt gezakt. “Normaal haal je 4 tot 5 procent, nu is dat 3 procent.” 25 Jaar geleden begon Van Ieperen als onderaannemer voegwerk. Een van zijn irritaties is dat er volgens hem tientallen miljoenen euro’s verloren gaan in de bouw, doordat er meer tijd besteed wordt aan calculaties voor aanbestedingen dan aan bouwen zelf. Tientallen aannemers en onderaannemers calculeren voor niets. Van Ieperen: “Ik kan me er woest om maken dat heel veel calculatiewerk weggegooid geld is. Als bijvoorbeeld voor een project van 50.000 euro vier aannemers inschrijven, calculaties maken en bij vijf onderaannemers ook calculaties opvragen, dan heb je 24 bedrijven aan het werk gezet. Uiteindelijk hebben 18 bedrijven tijd en geld geïnvesteerd waar ze niets voor terugkrijgen. Dan ben je dus een veelvoud van 50.000 euro aan het weggooien. Misschien wel een miljoen euro. Voor een project van 50.000 euro! Zonde als tientallen mensen iets voor niets doen. Daar krijg je toch een sik van? Super stom!” Van Ieperen ondervindt het aan den lijve. “Op dit moment hebben we een score van 10 à 15 procent. Maar een van de acht aanbestedingen is raak. Normaal is dat de helft.”

Goedkoper

Opdrachtgevers denken volgens Van Ieperen ten onrechte dat ze goedkoper uit zijn door aannemers tegenover elkaar uit te spelen. “Ze vergeten de bestekken die gemaakt moeten worden en de tijd die zit in het vergelijken van inschrijvingen.” Bij elkaar gaat het om hoge overheadkosten. “Het is beter als je denkt in kosten van het totale proces in plaats van alleen aan de prijs van de aannemer”, stelt de renovatiedirecteur. “Anders durven samenwerken”, heet de bundel over ketensamenwerking dat deze zomer uitkwam. In 2006 publiceerde hij “De Nieuwe Aannemer”. Het nieuwe boek richt zich vooral op de rol van opdrachtgevers, in Van Ieperens geval de corporaties. “Het initiatief van ketensamenwerking moet bij de opdrachtgever liggen”, licht Van Ieperen toe. Of, zoals corporatiedirecteur Pierre Sponselee van Woonwaard een aantal maanden geleden al zei: “Corporaties zijn de eerste die de stap moeten zetten. Zij moeten aannemers vragen of ze hun vriendinnetje willen worden.” Aannemers moeten volgens hem dan wel aantrekkelijk zijn voor corporaties.

Kind aan huis

De praktijk is dat corporaties ketensamenwerking liever nog even aan de kant schuiven en bouwprojecten in de markt zetten om te kunnen profiteren van de lage prijzen die gelden in crisistijd. Ook reguliere bouwklussen bij de corporaties vallen onder het crisisregime. Aannemers die al jaren kind aan huis zijn bij corporaties moeten nu vechten voor elke opdracht. “Alles wordt aanbesteed”, merkt Van Ieperen. “Het is nu de markt die regeert. De goedkoopste is de beste.” Niet een ideale tijd om met een boek over ketensamenwerking te komen, weet Van Ieperen. “Timing is ook een kunst”, lacht hij met zelfspot. Zinloos is zijn jarenlange kruistocht overigens niet geweest. “Zo’n 40 procent van ons werk neigt naar ketensamenwerking.” Maar het is niet alleen de crisis die corporaties tegenhoudt om toch iets met ketensamenwerking te gaan doen. De volkshuisvesters durven ook niet. Ze worstelen met veel vragen. Zijn de prijzen die je nu afspreekt in de toekomst wel marktconform? Krijg ik een optimale prijs-kwaliteitverhouding? Blijven bouwbedrijven wel innoveren als ze eenmaal ketenpartner worden of gaan ze lui achterover hangen? Door als bouwer transparant te zijn, kun je veel onzekerheden wegnemen, meent Van Ieperen. “En innovatie kun je als opdrachtgever bijvoorbeeld ook stimuleren door een bouwbedrijf te vragen vier oplossingen voor een probleem te bedenken.” De vrees van corporaties heeft ook met het imago van bouwbedrijven te maken. Van Ieperen zucht en wijst naar zijn voorhoofd. “Hierop staat: onbetrouwbaar.” Zijn vinger volgt nu zijn baardlijn: “En hier staat: Meer- en minderwerk.” Een historische last waar bouwers mee te kampen hebben, zegt hij.

Improviseren

“Doen. Doen. Doen. Bouwers zijn doeners. Mouwen opstropen. Een vergadercultuur is er niet. Bouwers denken ‘we beginnen gewoon, daarna zien we wel weer.’ Daar moeten we vanaf, vindt de bouwdirecteur. “In Japan zijn de faalkosten het laagst. Daar beginnen ze pas als alles duidelijk is.” Nederland zou er een voorbeeld aan moeten nemen. “De bouw kan goed improviseren, wordt dan gezegd. Klopt, we kunnen veel herstellen. Maar ik beschouw dat als een belediging! Want dan is er iets niet goed gegaan in de uitvoering.” Standaardisering van werkprocessen en voorwaartse integratie zal hard nodig zijn, voorspelt Van Ieperen. Het rendement in de bouw is slecht, klanten zijn vaak niet tevreden, en de bouw krijgt te maken met een grote uitstroom van vakkrachten; door de vergrijzing verdwijnen talloze vakmensen uit de sector. “Dat wordt zwaar onderschat”, meent de renovatiebaas. De oplossing ligt voor de hand: “Hoe simpeler het werk, hoe minder goed je mannen hoeven te zijn”, zegt Van Ieperen. Monteren van prefabelementen is eenvoudiger dan het ambachtelijk bouwen van een huis van steen tot steen. “Zo speel je in op de kwaliteit van de beroepsbevolking. Meer doen met minder mensen. Dat is gezond boerenverstand”, aldus Van Ieperen. Hij is realistisch genoeg om te weten dat het nog wel even zal duren voordat opdrachtgevers en bouwers over hun schaduw heen springen. “Iedereen is zoekende. En dit doe je niet even in een halfjaar.” Tot die tijd zullen we Peter van Ieperen nog wel even horen mopperen. “We moeten de discussie breder zaaien”, zegt hij. “Zegt het voort, zegt het voort.” ■

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.