Ketenintegratie: niet de nieuwe kleren van de keizer maar een fundamenteel nieuwe aanpak!

– het volledige onverkorte artikel dat we de Co-bouw aanleverde –

In het artikel Echte ketenintegratie ver te zoeken bij het ‘nieuwe bouwen’ (Cobouw 22-01-2011) gooien Norbert van Doorn en Michiel Wentges de knuppel in het hoenderhok van de ketenintegratie. Ze vragen zich hardop af of een bouwbedrijf de aangewezen partij is om de rol van ‘general contractor’ in te vullen. In hun betoog zetten ze en passent de bijl aan de wortel van ketenintegratie met het stellen van vragen als “Weegt het verlies aan marktwerking op tegen de betere samenwerking als je elkaar goed kent? Ook op langere termijn? En wat is het risico als de grens tussen opdrachtgever en opdrachtnemer vervaagt?” De constateringen, analyses en vragen van Van Doorn & Wentges vragen om een genuanceerde reactie.

Van Doorn & Wentges stellen: “Waar het om draait bij ketenintegratie is het organiseren van een naadloze technische en procesmatige samenwerking van ontwerpers, bouwers en toeleveranciers, ten dienste van de opdrachtgever.” We zijn het daar niet helemaal mee eens. Een aantal aanvullingen zijn ons inziens noodzakelijk, namelijk dat:

  • het uiteindelijk niet de opdrachtgever maar de eindgebruiker is waar het om gaat;
  • de opdrachtgever een onderdeel is van de keten en het dus niet zo is dat de rest den dienste staat van de opdrachtgever (het gaat immers over samenwerken en dus ook over “goed opdrachtgeverschap”); en
  • het niet om het organiseren op zich gaat maar om meetbare betere ketenprestatie in termen van kwaliteit, snelheid, betrouwbaarheid en kosten.

Dit lijkt een wat flauw woordenspelletje, maar dat is het niet. Als we ketenintegratie niet heel precies definiëren lopen we een grote kans de kernpunten te missen.

Is een bouwbedrijf de aangewezen partij om de rol van general contractor in te vullen? Samen met Van Doorn & Wentges zeggen wij: Nee, niet per se. Uit vele studies uit diverse branches en uit wetenschappelijk onderzoek is echter wel gebleken dat om ketenintegratie succesvol te laten verlopen, het hebben van een ketenregisseur een belangrijke factor is. Het is echter geen uitgemaakte zaak wie de ketenregisseur moet zijn. Dat kan het bouwbedrijf zijn. Maar ook de opdrachtgever. Of zelfs een partij die zelf geen deel uitmaakt van de bouwketen. Vaak kunnen multifunctionele teams uit de verschillende organisaties ingezet worden om de regie te voeren. Samenvattend: bouwbedrijven kunnen dus de regie voeren, maar alleen als ze de benodigde (ketenregie)competenties in huis hebben.

Moeten bouwbedrijven de taken ontwerp, realisatie, beheer onder één dak brengen? We volgen Van Doorn & Wentges daar waar ze zeggen dat dit zeker niet altijd verstandig is. Ontwerpen, bouwen en beheer zijn immers echt verschillende disciplines. Een van de oudste wetten in de bedrijfsvoering zegt dat juist specialisatie in een bepaalde discipline een meerwaarde creëert (het zogenaamde “scientific management” van Taylor, later herontdekt door Prahalad and Hamel als “core competency”). Ketenintegratie gaat daarom juist heel specifiek niet om verticale integratie (het samenvoegen van ketenschakels in één onderneming). Overigens is het al vele malen aangetoond dat interne samenwerking tussen verschillende organisatieonderdelen soms net zo moeilijk is als samenwerken met externe partijen. Bouwers die claimen dat ze goed zijn in ketenintegratie, simpelweg omdat ze alles in huis hebben, moeten dan niet altijd op hun woord geloofd worden. Beter is het om de “ketenrijpheid” van alle organisaties waarmee je overweegt samen te werken goed in kaart te brengen. Ook hier weer: het gaat om de competenties om samen te kunnen werken.

Van Doorn & Wentges stellen dat in veel gevallen de structurele samenwerking tussen corporaties en aannemers die als “ketenintegratie” worden gelabeld in feite meer op “outsourcing” lijken. We zijn het onmiddellijk met hen eens als wordt hier wordt bedoeld dat onder het mom van ketensamenwerking in feite het klassieke outsourcing (inclusief tenderen, prijsdruk en vervolgens “over de muur gooien”) wordt uitgeoefend. Ook wij komen het vaak tegen dat ketensamenwerking zo goed klinkt dat het soms te pas, maar helaas vooral ook vaak te onpas wordt gebruikt.

Dit is een serieus probleem omdat daardoor ketensamenwerking in een verkeerd daglicht wordt gesteld en de kans loopt op termijn als “de nieuwe kleren van de keizer” te worden gezien. Overigens moet hieraan wel wordt wel worden toegevoegd dat de recente literatuur overduidelijk blijkt dat ook outsourcing alleen succesvol kan zijn als er sprake is van een goede samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. In die zin is het onderscheid tussen outsourcing en ketenintegratie niet helemaal te maken. Samenvattend, opnieuw geldt: het echte verschil wordt gemaakt door het vermogen om goed samen te werken met ketenpartners.

Weegt het verlies aan marktwerking op tegen de betere samenwerking als je elkaar goed kent? Ook op langere termijn? En wat is het risico als de grens tussen opdrachtgever en opdrachtnemer vervaagt? Dit zijn inderdaad belangrijke vragen. Knetterhard bewijs voor de Nederlandse bouwsector is er nog niet, daar zijn wij hard mee aan het werk. Wat wel overduidelijk is dat de traditionele manier van (niet) samenwerken volkomen failliet is. Enigszins vilein zouden we de tegenvraag “welke marktwerking” kunnen stellen. Liever brengen we de massa economische literatuur in die duidelijk maakt dat er grote tekortkomingen van marktwerking bij prijsconcurrentie zijn (het zogenaamde marktfalen). Wat de sector nodig heeft is niet meer concurrentie, maar meer innovatie. En dan met name procesinnovatie. En om dat voor elkaar te boksen is ondernemerschap, leiderschap, durf, vertrouwen en vermogen om samen te werken nodig.

We zijn Van Doorn & Wentges dankbaar voor het uitlokken van een kritische discussie over ketenintegratie. Te vaak wordt de term op de verkeerde manier gebruikt. De sector staat nog maar aan het begin van de implementatie van een fundamenteel nieuw concept. Er is nog een lange weg te gaan. Makkelijke oplossingen zijn er niet. We zullen heel hard moeten werken om de competenties die horen bij ketenintegratie te verwerven. Alleen dat helpt ons verder richting betere prestaties.

Door prof.dr. Jack van der Veen, professor of supply chain optimization aan de Universiteit van Amsterdam en drs.ing. Marcel Noordhuis, promoverend op het onderwerp faalkostenreductie door ketensamenwerking (UvA) en director bij deloitte Real Estate Advisory.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.