De paradox van leiderschap (in de crisis en in supply chains)

Overal waar tegengestelde belangen zijn zodat partijen niet eenvoudig tot consensus komen maar toch krachtdadig optreden vereist is, is er een sterke behoefte aan leiderschap. Dat geldt voor de internationale schuldencrises net zozeer als voor supply chains. Helaas kleven er aan sterke leiders vaak ook nadelen. Een “verlicht despoot” kan uitkomst brengen.

 Jack A.A. van der Veen

 We leven in turbulente tijden; het woord “crisis” is aan de orde van de dag. De kredietcrisis is overgegaan in de schuldencrises, de Euro crisis en de crisis rond het schuldenplafond in de VS. Over de manier waarop we uit de crisis moeten komen wordt heel veel topoverleg gevoerd en de kranten staan vol met opiniestukken van politici en economen over de beste aanpak. Voor economen geldt: zet er drie bij elkaar en je hebt vier meningen. Ook politici zijn het bijna per definitie met elkaar oneens. Kortom, over het volgen pad bestaat geen consensus. Wel is duidelijk dat moeilijke keuzes onvermijdelijk zijn en dat om succesvol te kunnen zijn iedereen hierin moet meegaan. In een dergelijk situatie ontstaat als vanzelf de behoefte aan leiderschap.

 Er zijn duidelijke parallellen tussen de aanpak van de crisis en supply chain management (SCM). Ook in ketens zijn er autonome organisaties die ieder er zo hun eigen mening op na houden, zijn er gezamenlijke belangen en moet iedereen meedoen om echt succesvol te zijn. Denk bijvoorbeeld aan het realiseren van standaardisatie van verpakkingen, productidentificatie, facturatie en duurzaamheidindicatoren. Iedereen wil het, iedereen profiteert er van, maar ondertussen houdt iedereen vast aan de eigen standaard.

 Winston Churchill zei al: “Democratie is de slechtste regeringsvorm, op alle andere methoden die al geprobeerd zijn na”. Een van de nadelen van een democratie is dat bij diepe verdeeldheid in de (politieke) achterban regeringsleiders weinig kunnen uitrichten. Het is niet iedereen gegeven om “boven de partijen te staan” zeker ook omdat men steeds minder geneigd is om een leider “blind te volgen”. Het is in die zin dan ook niet verrassend dat Barak Obama, Angela Merkel en Mark Rutte allemaal gebrek aan leiderschap wordt verweten.

 Om snel te kunnen handelen en echt iets voor elkaar te krijgen heeft een leider vaak een zekere vorm van “macht” nodig. Maar het geven van veel macht aan een leider is ook gevaarlijk; niet zelden leidt dit tot allerlei vormen van machtsmisbruik. En niemand geeft graag macht uit handen. De paradox van leiderschap is dat leiders macht moeten hebben om te kunnen functioneren maar dat je ze ondertussen die macht eigenlijk niet durft te geven. Wat wellicht het beste zou werken is een “verlicht despoot”: iemand die weliswaar de macht heeft maar dit uitsluitend gebruikt om de “goede dingen” te doen.

 De schoolvoorbeelden van goed SCM zijn situaties waarin de keten wordt aangestuurd door een sterke leidende organisatie; denk bijvoorbeeld aan de supply chains van Walmart, Toyota en Apple en in Nederland aan IHC, ASML en DAF. Heel veel voorbeelden van ketens die zonder sterke leider tot grootse prestaties komen zijn er opmerkelijk genoeg niet. Dit lijkt paradoxaal omdat het bij SCM juist gaat om samenwerking in de keten en dus niet om één partij die de lakens uitdeelt. Misschien moet daarom de conclusie zijn dat SCM vooral gedijt bij de aanwezigheid van een organisatie die functioneert als verlicht despoot.

 Verwijzingen:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.