Lessen uit instorting parkeergebouw Eindhoven Airport

‘- Rapportage van de Onderzoeksraad voor Veiligheid voor u gevonden op Internet –

parkeergarage

Bouwen is een complex proces, waarbij meerdere partijen op verschillende momenten betrokken zijn. Iedere partij neemt een deel van het bouwproces voor zijn rekening. De verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het gehele proces ligt echter bij de partijen gezamenlijk. Die partijen zijn niet alleen verantwoordelijk voor de arbeidsveiligheid en de omgevingsveiligheid, maar ook voor de constructieve veiligheid van het gebouw.
De ultieme consequentie van onvoldoende zorg voor constructieve veiligheid is dat een bouwwerk instort.

Dit was het geval op zaterdag 27 mei 2017, toen een deel van het parkeergebouw nabij Eindhoven Airport bezweek. Het gebouw, dat zich pal naast de ingang van de luchthaven bevond, zou een maand later opgeleverd worden. De werknemers die tot enkele uren voor de instorting nog aan het werk waren op de later bezweken vloer, bleven ongedeerd. Ook werden wonderwel geen passanten geraakt door brokstukken, die deels buiten de omheining van de bouwplaats terechtkwamen. Via nevenstaande link kunt u de gehele rapportage downloaden.

Hoe ketenrijp is uw organisatie?

Vele organisaties zijn bezig met ketensamenwerking. Dat dat streven veel consequenties heeft voor de eigen bedrijfsvoering en die van de samenwerkingspartners, moge duidelijk zijn. Om ondernemers te helpen vast te stellen hoe rijp de eigen organisatie is als ketenspeler, hebben wij het Keten Maturity Model (KMM) ontwikkeld. Het KMM analyseert de organisaties vanuit zes invalshoeken

kmm

  • Ketenstrategie & beleid: De organisatie heeft een duidelijk lange termijn perspectief waarbinnen ketensamenwerking goed past;
  • Organisatie & Processen: De organisatie kenmerkt zich door een procesoriëntatie waarbinnen alle specialisten/afdelingen multidisciplinair samenwerken aan gezamenlijke klantgerichte doelen;
  • Mindset & gedrag: De organisatie kent een cultuur waarin mensen elkaar vertrouwen en graag helpen en waarbij de leidinggevenden de professionals de ruimte geven en faciliteren;
  • Monitoring & verbetering: De organisatie heeft duidelijke prestatiedoelen die ondersteund worden door een monitoringsysteem die de medewerkers in staat stelt om middels goede analyses tot verbeteringen te komen;
  • Informatie & communicatie: Binnen de organisatie wordt informatie eenduidig verzameld en vrijelijk gedeeld en er is veel aandacht voor het gezamenlijk bespreken van issues, uitdagingen, veranderingen en verbeteringen;
  • Leren & innoveren: De organisatie beseft dat het voorbestaan afhang van het vermogen om zich voortdurend aan te passen aan de snel veranderende omgeving en besteed daarom veel aandacht aan ‘leven lang leren’ en innovaties die voor de toekomst belangrijk kunnen zijn.

Uiteraard hangen alle categorieën samen, maar kunnen tot op zeker hoogte ook separaat worden beschouwd. Uitgangspunt is dat de organisatie een hogere ketenrijpheid heeft als het op alle categorieën goed scoort waarbij compensatie tussen categorieën slechts gedeeltelijk mogelijk is. Met andere woorden, de categorie waar de organisatie het laagst scoort is een soort ‘bottleneck’ die de organisatie tegenhoudt om een hogere ketenrijpheid te bereiken.

Interesse? stuur een mail aan m.noordhuis@nyenrode.nl Ik laat u dan spoedig een deelnamevoorstel toesturen. Wij hopen dat met de lancering van dit model, ondernemers nog meer gevoel krijgen bij de weg die ze moeten doorlopen om zelf een excellente ketenspeler te kunnen worden.

Gedrags- en organisatieprocessen die verduurzamen versnellen

‘- interessante rapportage voor u gevonden op Internet –

Al ruim dertig jaar wordt gestreefd naar het energiezuiniger maken van de bestaande woningbouw. Ondanks subsidies en de ontwikkeling van innovatieve technieken, is nog geen sprake van grootschalige realisatie. Zeker niet waar het renovaties met hoge energieambities betreft. Voor opschaling is inzicht nodig in de gedrags- en organisatieprocessen die van invloed zijn op de realisatie. Dat is – naast geld en techniek – de derde succesfactor.

In de bijgevoegde rapportage wordt beoogd handelingsperspectief te bieden op basis van gedrags- en organisatiewetenschappelijke kennis. Dit doen de onderzoekers door kennis over gedragsmechanismen en organisatieprocessen die van invloed zijn op renovatieprojecten met hoge energieambities te ontrafelen en toepasbaar te maken voor uitvoeringsprofessionals. Dit doel verklaart de titel van het project; de derde succesfactor ontrafeld.

De primaire doelgroep van het project zijn professionals die bezig zijn met woningrenovatie (zowel koop- als huurwoningen) in bewoonde staat met hoge energieambities. Hieronder vallen bouwbedrijven, aannemers, installateurs, ontwikkelaars en woningcorporaties, maar ook leveranciers en producenten, gemeenten en andere belanghebbenden zoals netwerkbedrijven. Door concreet inzicht te bieden in de werking van gedragsmechanismen en organisatieprocessen, worden professionals in staat gesteld om deze inzichten effectief in een projectplan, procesontwerp of lokale aanpak te integreren. Via nevenstaande link kunt u de rapportage downloaden.

Bouwen voor de toekomst; een studie naar de totstandkoming van sociale innovatie in de Nederlandse Bouwsector

– Voor u gevonden op Internet, een onderzoek van S.  Stappers, Open Universiteit –

 

Het doel van het onderzoek was inzicht te verkrijgen in de totstandkoming van sociale innovatie binnen twee businessunits van één organisatie in de Nederlandse bouwsector. Hierbij is onderzoek gedaan vanuit het zenderperspectief (management) en ontvangersperspectief (medewerker) in relatie tot het innovatiesucces (mate waarin innovatie doelen worden bereikt) van de gehele organisatie. Via nevenstaande link kunt u het gehele onderzoek downloaden.

De centrale vraag van het onderzoek luidde: welke rol speelt de interactie tussen de medewerkers en het management bij de totstandkoming van sociale innovatie als hefboomfactor voor het innovatiesucces van een organisatie in de Nederlandse Bouwsector?

Sociale Innovatie drijft prestatieverbetering

– Voor u gevonden op Internet, een publicatie van H. Volberda e.a. –

pexels-photo-799420

Steeds meer bedrijven en overheden zien in toenemende mate het belang van innovatie
om de bedrijfsprestaties, productiviteit en welvaart te verhogen. Bij innovatie wordt
vaak gedacht aan de technologische aspecten van innovatie zoals het aantal gerealiseerde patenten, R&D-uitgaven of het aantal kenniswerkers op R&D-afdelingen.

Een toenemend aantal managementwetenschappers benadrukt daarentegen het belang om meer aandacht te besteden aan de niet-technologische determinanten van innovatie,
ook wel bekend als ‘sociale innovatie’. Sociale innovatie is het ontwikkelen van nieuwe
managementvaardigheden (dynamisch managen), het hanteren van flexibele organisatieprincipes (flexibel organiseren) en het realiseren van hoogwaardige arbeidsvormen (slimmer werken) om het concurrentievermogen en de productiviteit te verhogen. Met sociale innovatie kunnen organisaties hun technologische kennisbasis beter benutten en prestaties verbeteren. Via nevenstaande link kunt u het gehele artikel downloaden.

TNO Best Practices in de Bouwlogistiek

– Voor u gevonden op het web –

logistiek_in_de_keten_1_s3PXLh

Dit overzicht van best practices in bouwlogistiek bestaat uit een inventarisatie van verschillende bouwlogistieke oplossingen die zijn onderzocht en/of daadwerkelijk in de praktijk toegepast in de afgelopen 3 tot 4 jaren in de Nederlandse bouwsector. Veel van deze best practices zijn onderzocht en beschreven door studenten van de Hogeschool Rotterdam vanuit het SIA RAAK MKB-project “Duurzame Ketensamenwerking Binnenstedelijke Bouwprojecten”. Daarnaast zijn best practices opgenomen die zijn onderzocht en beschreven door de kennisinstellingen TNO, Hogeschool Utrecht, Hogeschool Amsterdam, TU-Delft. Nevenstaand de link naar de rapportage.

Bouwlogistieke oplossingen voor binnenstedelijk bouwen

– Voor u gevonden op het web –

In deze studie is, aan de hand van interviews met relevante gemeentelijke diensten in Amsterdam en betrokken private partijen in de bouwlogistieke keten van drie bouwprojecten in Amsterdam, een analyse gemaakt van de wijze waarop bouwprojecten in Amsterdam worden gecoördineerd met daarbij aandacht voor bouwlogistiek. Uit deze analyse volgt een aantal sterke punten van de
Amsterdamse aanpak:

  • het toepassen van een standaard werkwijze voor afstemmen van bouwprojecten (het coördinatiestelsel);
  • het opstellen van BLVC-plannen in de voorbereidingsfase van bouwprojecten, waarin de consequenties voor bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid staan beschreven evenals het communicatieplan naar de omgeving;
  • het inzetten van een bouwcoördinator in de voorbereiding en uitvoering van bouwprojecten in een stadsdeel voor de afstemming tussen alle betrokken partijen (zowel publiek als privaat);
  • het toepassen van modellen om de bouwlogistieke vervoersstromen te berekenen en de gevolgen op de totale verkeersdoorstroming.

Ondanks deze sterke punten in de huidige werkwijze is de Amsterdamse aanpak nog verre van optimaal en voor verbetering vatbaar. De genoemde sterke punten worden namelijk niet standaard en overal toegepast en het ontbreekt daarbij aan specifieke aandacht voor bouwlogistiek. Via nevenstaande link kunt u de rapportage lezen.