Category

Artikelen & publicaties

Artikelen & publicaties

Inefficiëntieschade in de bouw en installatietechniek

‘- Door mr.dr. Marcel Ruygvoorn (Van Benthem & Keulen) –

Tijd is geld en dat betekent dat een aannemer er groot belang bij heeft om zijn werkzaamheden zo efficiënt mogelijk te verrichten. Dat die werkzaamheden niet altijd maximaal efficiënt zullen worden verricht, weet de aannemer ook; niet alles loopt op de bouw altijd van een leien dakje, dat weet hij en met dat gegeven zal hij, bij het bepalen van de aanneemsom, ook rekening houden. Maar wat indien de aannemer zijn werkzaamheden significant minder efficiënt kan uitvoeren dan door hem, bij het sluiten van de overeenkomst en rekening houdend met – kort gezegd – de gebruikelijke tegenvallers, was voorzien als gevolg van omstandigheden die de opdrachtgever zijn toe te rekenen? Dan leidt dit tot inefficiëntieschade die de aannemer mogelijk wil verhalen op de opdrachtgever.

In de praktijk blijkt dit laatste evenwel vaak lastig te realiseren. In dit artikel wordt ingegaan op de mogelijke juridische grondslagen voor
dergelijke claims en de praktische (bewijs)problemen waar de aannemer bij een dergelijke claim te maken heeft.

Continue reading
Artikelen & publicaties

Werkboek over hergebruiksmogelijkheden van grondstoffen en materialen in de industrie, de bouw en de stedelijke omgeving

– Dit is een uitgave van het lectoraat Building Future Cities van de Hogeschool Utrecht –

In de afgelopen drie jaar deden studenten van de Hogeschool Utrecht voor partners uit het EFRO project Werkspoorkwartier verschillende studies naar circulaire ketens. Deze projecten leidden tot nieuwe inzichten op circulaire gebiedsherontwikkeling, bouw en productieketens. In dit werkboek laten we de uitkomsten van verschillende studentenprojecten zien. Met deze case studies willen we de gevolgen van de circulaire economie voor de bouw, de industrie en de stedelijke ontwikkeling duidelijk maken voor hogeschoolstudenten en praktijkpartijen.

Het werkboek wordt gebruikt bij de specialisatie Circulaire Stad van de opleiding Built Environment. Verder gebruiken een aantal Quest-studentenprojecten van het Institute for Design & Engineering het werkboek de resultaten van voorgaande projectgroepen ten behoeve van hun eigen onderzoek. Ook bespreken we met andere opleidingen op welke manier deze of een volgende versie voor hun studenten kan worden gebruikt.

Continue reading
Artikelen & publicaties

Woonlasten neutraal koopwoningen verduurzamen

– Door Frans Schilder en Marieke van der Staak, in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving –


De analyse van de mogelijkheden van eigenaren-bewoners om hun woningen te verduurzamen toont dat de wens van woonlastenneutraliteit haast onmogelijk te realiseren valt. Permanente subsidiëring van verduurzaming lijkt onvermijdelijk zolang er geen innovaties worden gedaan die de prijzen van het verduurzamen fors verlagen. Gebouwgebonden financiering is in ieder geval niet de (financiële) innovatie die het verschil gaat maken. Beleidsmakers rond de energietransitie moeten, door de herhaaldelijke toezegging van (het streven naar) woonlastenneutraliteit, daardoor voorlopig dansen op een erg dun koord. Via nevenstaande link kunt u de gehele publicatie downloaden.

Een van de grote uitdagingen bij het verduurzamen van de woningvoorraad is de enorme heterogeniteit. Haast elke woning is weer net iets anders: one size fits all-oplossingen zijn niet eenvoudig voorstelbaar. Maar ook de bewoners zijn niet gelijk. Vanzelfsprekend zijn er  verschillen tussen personen: de een heeft de thermostaat liever een graadje hoger dan de ander. Voorkeuren kunnen verschillen. Maar er zijn ook enorme verschillen tussen groepen eigenaren-bewoners enorm zijn. De huidige maandelijkse energielasten van eenpersoons-huishoudens zijn volstrekt onvergelijkbaar met die van een gemiddeld gezin. Onze berekeningen laten dan ook vaak zien dat een investering die voor de ene groep net wel, of net niet uit kan, voor andere groepen juist helemaal niet uit kan. Tenzij in het beleid haast op microscopisch niveau rekening wordt gehouden met individuele verschillen, kan de energietransitie door die diversiteit alleen al eigenlijk niet woonlastenneutraal plaatsvinden.

Gratis geld of achtergestelde lening?
Het is een open deur: verduurzamende maatregelen worden aantrekkelijker naarmate de rente lager is. Maar onze analyse laat ook zien dat wanneer wordt uitgegaan van financieringskosten die meer passen bij een achtergestelde lening geen enkele verduurzamingsstrategie financieel aantrekkelijk meer is. Wanneer de maatregelen hypothecair gefinancierd zouden kunnen worden, komt het kantelpunt voor sommige groepen huishoudens wel in zicht. Het is dan ook niet ondenkbaar dat in voorkomende gevallen huishoudens de beperkte extra lasten voor lief nemen, bijvoorbeeld omdat ze willen bijdragen aan de klimaatdoelen. Toch zal ook het hypothecair financieren van de verduurzaming niet zo maar tot een grote versnelling in verduurzaming leiden: niets doen blijft voor veel huishoudens goedkoper dan investeren.

Woonlastenneutraal ≠ financieel aantrekkelijk
Woonlastenneutraliteit is het uitgangspunt van de overheid in de energietransitie. Dat wordt expliciet zo benoemd in het Klimaatakkoord, en resoneert sterk in bijvoorbeeld de verduurzamingsoperaties van woningcorporaties en in de verschillende wijken in de Proeftuinen  Aardgasvrije Wijken. We hebben al vastgesteld dat die woonlastenneutraliteit niet zonder meer haalbaar is: het ene huishouden is per slot van rekening het andere niet. Daar komt echter bij dat woonlastenneutraliteit alléén, een noodzakelijke, maar onvoldoende voorwaarde is voor een financieel aantrekkelijke propositie. Zelfs wanneer de maandlasten dalen, weegt de besparing in energielasten onder de meest optimistische omstandigheden nog niet op tegen de investering in de verduurzaming van de woning. Met andere woorden: zonder subsidie is de energietransitie voorlopig niet woonlastenneutraal, laat staan rendabel te maken.

Anders denken? Andere instrumenten?
De aandacht in deze notitie ligt sterk op de vraagzijde van de woningmarkt: de eigenaar-bewoner die zijn woning moet verduurzamen. De vraag is of het, in het kader van de energietransitie, effectief is om alleen naar de vraagzijde te blijven kijken. Hoeveel nut heeft het bundelen van de verduurzamingsvraag op wijkniveau als de onderlinge verschillen tussen huishoudens zo groot zijn? Is het misschien zinvoller om te focussen op het bundelen en organiseren van de aanbodzijde, dat wil bijvoorbeeld zeggen op het standaardiseren van producten en processen? Ook is het de vraag of het uitgangspunt van een woonlasten neutrale energietransitie wel zo constructief is. Wat woonlastenneutraal is voor de een, is dat niet per se voor de ander. Betaalbaarheid als uitgangspunt biedt meer mogelijkheden voor de energietransitie, omdat daarbij de woonlasten van een huishouden mogen stijgen – onder de voorwaarde dat er voldoende draagkracht is. En ook bij het ingezette beleidsinstrumentarium kan men zich afvragen hoe effectief dat is. Betere voorlichting is nuttig, maar onder de huidige financiële condities lijkt ze weinig zoden aan de dijk te gaan zetten. Een nadere verkenning naar strakker juridisch instrumentarium is wellicht interessant, vooral wanneer dat gekoppeld wordt aan het monitoren van de betaalbaarheid van de transitie.

Continue reading
Artikelen & publicaties

Bouwstenen voor een samenwerkingsvaardige organisatie

[Holland/Belgium Management Review, door Ruben van Wendel de Joode, Edwin Kaats en Wilfrid Opheij]

Samenwerkingsvraagstukken en allianties bepalen bij veel organisaties de bestuurlijke agenda. In de bestuurskamer dringt het besef door dat geen enkele organisatie nog ‘in haar eentje’ de complexe vraagstukken van deze tijd kan oplossen. Nadat er aanvankelijk veel aandacht was voor allianties en netwerken als organisatievorm en vervolgens voor het proces om tot succesvolle samenwerkingsverbanden te komen, ontstaat er de laatste tijd meer aandacht voor het vermogen van organisaties om in samenwerkingsverbanden succesvol te acteren.

Het aantal samenwerkingsverbanden groeit, maar dat wil nog niet zeggen dat het altijd goed gaat. Ongeveer de helft van het aantal allianties mislukt. Organisaties zijn daarom op zoek naar een vorm om ‘samenwerkingsvaardiger’ te worden en hun samenwerkingscompetentie te borgen. In de private sector volgen ondernemingen de voorbeelden van Philips en Eli Lilly en wordt alliantiemanagement actief ontwikkeld. Ook in de publieke sector wordt de samenwerkingsvaardige organisatie een factor van betekenis. Zo zoekt de rijksoverheid naar manieren om met minder mensen betere resultaten te boeken en ziet zij een oplossing in de regierol. Gemeenten zijn op zoek naar een organisatiemodel waarin zij, afgestemd op steeds wisselende bestuurlijke prioriteiten, flexibel kunnen opereren met partners. Wat maakt nu een organisatie samenwerkingsvaardiger dan andere organisaties? Via nevenstaande link kunt u het gehele artikel bestuderen.

Continue reading
Artikelen & publicaties

Ketens de baas; pijlers en bouwstenen voor ketensturing

Voor u gevonden het dossier ‘Ketens de baas’ door Valentijn Crijns (Belastingdienst), Erik Ruiterman (NOVARE consult B.V.), Menno Aardewijn (UWV) en Ard-Pieter de Man (Hoogleraar Management Studies aan de Vrije Universiteit Amsterdam).

Doel en opzet van ‘Ketens de baas’
‘Ketens de baas’ is in eerste instantie bestemd voor bestuurders, maar kan ook voor andere betrokkenen bij de ontwikkeling en werking van een keten een rol spelen. Het wil handvatten bieden voor ketensturing. Het leidende gezichtspunt voor dit dossier is dat de ‘hardware’ binnen ketens niet gevormd wordt door computers, maar door de ‘soft skills’ van de ketenspelers. Het zijn hun vaardigheden en kwaliteiten die doorslaggevend zijn voor het ontstaan van succesvolle ketensamenwerking, en niet de technologie.

Het dossier wil vanuit dit gezichtspunt de ketenpartijen ondersteunen bij het inrichten van ketensturing. Vanzelfsprekend is elke keten uniek. Er bestaat geen vaste handleiding, laat staan een standaard organisatie-of besturingsmodel voor ketens. Dit dossier gaat uit van het standpunt dat er geen ‘beste oplossing’ bestaat voor ketensamenwerking maar dat verschillende ketens verschillende vormen van organisatie en besturing behoeven. Het dossier biedt derhalve geen normatief voorschrift voor ketensturing. Dat neemt niet weg dat een bestuurlijke keuze voor het gebruik van voorschriften en standaarden op het gebied van architectuur en informatievoorziening in het kader van de één-overheidsgedachte ook binnen ketens voor de hand ligt. Het dossier levert, met het aanbieden van in de praktijk toegepaste en gevalideerde bouwstenen, een bijdrage aan een algemene besturingsvisie met praktische aanwijzingen voor een besturingsaanpak. Op basis daarvan kunnen ketenpartners hun eigen ‘keten de baas’ worden én blijven.

We leven in een tijd waarin publieke organisaties steeds meer in ketens en andere verbanden samenwerken. De achterliggende reden daarvoor is simpel, de burger en het bedrijf zien de overheid als één geheel, en verwachten dat overheidsorganisaties gegevens onderling delen en hun uitvoeringsprocessen op elkaar afstemmen. Als bestuurder krijg je als gevolg daarvan in toenemende mate te maken met organisatie overstijgende samenwerking.

De dagelijkse praktijk toont aan dat die samenwerking over organisatiegrenzen heen nog veel taaie problemen kent en de nodige uitdagingen met zich meebrengt. Dat maakt het om te beginnen lastig om de vooraf vastgestelde ketendoelen te halen, denk bijvoorbeeld aan de moeizame aanpak van het ‘scheefwonen’. Ketensamenwerking is niet zozeer een zaak van techniek maar ook en vooral van mensen. In een keten moeten die niet alleen elkaars processen en de onderlinge verwevenheid daartussen begrijpen, maar zij moeten ook met elkaar
samenwerken. Ketensamenwerking vergt van bestuurders dan ook dat ze niet alleen de techniek en de inhoud regelen, maar ook uitdrukkelijk aandacht besteden aan de culturele en relationele aspecten die bij die samenwerking horen. Dit roept natuurlijk allerlei vragen op.

  • Welke uitgangspunten zijn bijvoorbeeld van belang voor een succesvolle ketensamenwerking?
  • Hoe wordt voorkomen dat de individuele organisatiebelangen de horizontale samenwerking blokkeren?
  • Welke rollen en competenties zijn nodig?
  • Wat betekent dit voor bestuurders, managers en medewerkers?
  • En welke voorwaarden zijn van belang voor implementatie van een bestendige ketensamenwerking?

Inmiddels heeft een aantal ketens het stadium van de kinderziektes achter de rug en blijken zij in de praktijk te werken zoals ze bedoeld waren. Voorbeelden daarvan zijn de loonaangifteketen en de keten voor werk en inkomen, maar ook de ketensamenwerking rond de ontsluiting van het Nieuwe Handelsregister hoort in dit rijtje thuis. Aan de hand van de ervaringen van uw collega’s uit deze ketens geeft het dossier ‘Ketens de baas’ een antwoord op de hiervoor genoemde en andere vragen. Daarmee biedt het dossier u een op de praktijk gestoelde visie op het inrichten van organisatie overstijgende samenwerking. De principes en handvatten in het dossier kunt u toepassen in alle situaties waarin organisaties op gelijkwaardig niveau samenwerken, in ketens, maar bijvoorbeeld ook bij de samenwerking tussen gemeenten, binnen Regionale Uitvoeringsdiensten en tussen registerhouders en afnemers binnen het stelsel van Basisregistraties.

Dus, als u van de samenwerking met andere organisaties een succes wilt maken is het lezen van dit dossier de moeite meer dan waard!

Continue reading
Artikelen & publicaties

Hoe blijven allianties bestuurbaar?

Voor u gelezen in het blad finance & control

Allianties hebben een steeds grotere impact op bedrijven. Een juiste alliantiebesturingsstructuur maakt het mogelijk optimaal van allianties te profiteren. Omdat allianties van nut zijn in een turbulente bedrijfsomgeving is echter tijdige aanpassing van de besturingsstructuur nodig om ze te blijven afstemmen op de doelstelling van de onderneming.

Allianties (tijdelijke samenwerkingsverbanden tussen organisaties) komen steeds vaker voor. In hightechsectoren is het aantal allianties de laatste jaren continu gestegen. Bedrijven rapporteren dan ook dat hun beurswaarde steeds afhankelijker is geworden van allianties. Bij sommige bedrijven wordt zelfs meer dan de helft van de beurswaarde gegenereerd in samenwerkingsverbanden. Ook buiten de  hightech-branche is de trend van samenwerking waarneembaar. In 2006 werden in de financiële sector in Nederland 121 allianties aangekondigd, terwijl dat er in 1996 nog maar 5 waren.

De groei van allianties roept de vraag op hoe bedrijven grip kunnen houden op deze beurswaarde, die deels buiten het bedrijf ligt. Een juiste besturing is daarbij essentieel. Alliantiebesturing verwijst naar combinaties van juridische, economische en sociale beheersmechanismen die gericht zijn op coördinatie en bewaking van bijdragen van partners, hun managementtaken en de verdeling van de opbrengsten van
hun gezamenlijke activiteiten.

De belangrijkste bouwstenen van alliantiebesturing.

Sommige zijn vooral formeel van aard, zoals de juridische vorm van de samenwerking. Andere elementen zoals vertrouwen, zijn voornamelijk van informele aard. Veel elementen bergen echter zowel een formele als een informele component in zich. Formele aspecten zijn expliciete mechanismen voor alliantiebesturing, die meestal worden vastgelegd in een contract, businessplan of alliantieontwerp. Ze verschaffen de basis voor een alliantie en komen tot stand door overleg en onderhandelingen. Het proces dat leidt tot formulering van de formele aspecten dwingt partijen om hun ideeën over een alliantie te expliciteren en te onderzoeken of de aannames die ten grondslag liggen aan een alliantie correct zijn. De overwegend informele aspecten spelen een grote rol in het dagelijkse management
van een alliantie. Zij bepalen de sfeer van de samenwerking.

Niet al deze elementen zijn eenvoudig te beïnvloeden en te ontwerpen. Grof gezegd geldt dat hoe formeler het element is, hoe eenvoudiger het te ontwerpen is. Daarom vormen formele elementen het eerste aangrijpingspunt voor besturing. Dit betekent echter niet dat de informele elementen minder belangrijk zijn. Via nevenstaande link kunt u het gehele artikel bestuderen.

Continue reading
Artikelen & publicaties

Veranderingen succesvol maken

Door: Walter Wittkamp & Norbert Huijzer, TvOO (Tijdschrift voor Ontwikkeling in Organisaties), Maart 2020

Organisaties zijn steeds minder in staat om complexe veranderingen het hoofd te bieden. Dit zien de auteurs in toenemende mate. Uit hun  onderzoek blijkt dat organisaties hun eigen expertise overschatten die nodig is om te kunnen meebewegen met toekomstige veranderingen. Ook de mogelijkheden die er zijn om op veranderingen te reageren ontwikkelen zich minder snel dan nodig. Hoe zorg je dat je beter voor veranderingen bent toegerust?

Een belangrijke aanleiding voor het onderzoek was dat wij zagen dat veel organisaties externe hulp inroepen bij verandertrajecten. Dat gebeurt omdat ze zelf te weinig veranderervaring hebben en/of omdat ze iemand van buiten willen hebben met een frisse blik en de verhoudingen niet willen verstoren (vreemde ogen dwingen). Wat wij als externe verandermanagers vaak merken, is dat het lastig is voor organisaties om zelf voldoende veranderkracht te ontwikkelen. Daardoor blijft men slecht voorbereid op het toenemend aantal veranderingen. Dit kan leiden tot paniekvoetbal door een tekort aan tijd en veranderkennis. Dit leidt vaak weer tot het inhuren van externe deskundigheid, wat een te grote afhankelijkheid geeft van externe kennis en kunde.

Het doel van het onderzoek was dan ook om organisaties onderbouwd te adviseren over hoe ze zelf adequaat met de toenemende veranderingen kunnen omgaan. De centrale vragen in het onderzoek waren:

  • Welke veranderingen zijn of worden relevant?
  • Hoe geldt dit voor de verschillende soorten organisaties?
  • Wat zijn de belangrijkste succesfactoren voor veranderen?
  • Hoe wordt het succes van veranderen gemeten?

De antwoorden op deze vragen vormen de onderzoeksbevindingen en leiden tot de conclusie en aanbevelingen van ons onderzoek. Via nevenstaande link kunt u het gehele onderzoek bestuderen.

Continue reading
Artikelen & publicaties

Samenwerking Stedin en Sentia met eerste vested IT-contract

Als netbeheerder in de Randstad is Stedin verantwoordelijk voor het transport van elektriciteit en gas naar circa 2 miljoen huishoudens en zakelijke klanten. Als gevolg van de energietransitie staat Stedin voor grote uitdagingen. Om hier goed op voorbereid te zijn, wil het bedrijf wendbaar en doelgericht met innovatie bezig zijn. Om die reden zoekt het naar leveranciers die hierin proactief een belangrijke rol kunnen spelen.

Dit is ook de reden dat het bij het aflopen van het IT-outsourcingcontract een andere inkoopstrategie heeft gekozen. Geen traditionele opdrachtgever-opdrachtnemer relatie meer, maar juist een verhouding waarin de expertise van de leverancier een belangrijke rol speelt. Verder staan partnerschap en de belangen van beide partijen centraal. Dit in tegenstelling tot voorschrijven wat de leverancier moet doen en het op voorhand afschuiven van alle aansprakelijkheid en risico’s.

Huwelijkse voorwaarden

Dit heeft geresulteerd in een samenwerkingsverband waarbij Stedin en IT-dienstverlener Sentia elkaar hebben leren kennen en waarderen, met als resultaat het sluiten van het allereerste Vested IT-contract ter wereld. In een dergelijk contract gaan beide partijen een soort joint venture aan. Het is vergelijkbaar met trouwen onder huwelijkse voorwaarden: er is sprake van een innige relatie, maar aan de voorkant wordt ook zakelijk nagedacht over een mogelijk afscheid. In een Vested-contract zitten klant en leverancier in hetzelfde schuitje: er
wordt samen gewonnen en samen verloren. In het artikel wordt ingegaan op de context, de Vestedreis, een aantal bijzonderheden in het contract en de status quo.

Via nevenstaande link  is de publicatie te downloaden. Een aanrader voor bouwpartijen die met ketensamenwerking bezig zijn!

Continue reading
Artikelen & publicaties

De profielschets van de ideale ketenmanager

Auteur: Michael Nieuwboer (gelezen op logistiek.nl)
Het vinden van een goede supply chain manager (hierna sc-manager) is geen makkelijke taak. Een goede supply chain manager moet al snel het schaap met vijf poten zijn. Gebaseerd op zijn ervaringen als sc-manager en de ervaringen die hij heeft met succesvolle en minder succesvolle sc-managers somt hij zeven eisen waaraan een succesvolle sc manager dient te voldoen:

  1. Teamplayer:
    Een succesvolle sc-manager moet een absolute teamspeler zijn. Doordat de sc-manager te maken heeft met (bijna) alle afdelingen binnen een bedrijf moet hij als geen ander in staat zijn om in een team te functioneren en de juiste personen bij diverse projecten te betrekken. Bijna elk sc-project bestaat uit een crossfunctioneel team, wat vaak door de sc-manager wordt gemanaged.
  2. Politiek sensitief
    Doordat de sc-manager actief is in de hele keten hebben zijn activiteiten vaak impact op andere afdelingen waar hij niet voor verantwoordelijk is. Om geen onnodige weerstand te creëren is het belangrijk dat deze persoon heel goed aanvoelt welke krachten er actief zijn binnen een bedrijf en hoe deze gemanaged kunnen worden.
  3. Flexibel
    Een sc-manager moet flexibel zijn in de opvattingen die hij heeft. Door de veranderende situatie in de markt of binnen de onderneming kan het zijn dat oude ideeën niet meer passen en compleet nieuwe opvattingen nodig zijn. Een sc-manager die centralisatie heeft ingevoerd moet als de situatie erom vraagt ook taken durven te gaan decentraliseren
  4. Gevoel voor risico
    Bij alle plannen die gemaakt worden moet de sc-manager kijken wat de werkelijke impact op de keten is. Hierbij is het maken van zogenaamde What-if scenario’s erg belangrijk. Een goede sc-manager heeft een goed beeld van de risico’s die de organisatie loopt en heeft vooraf plannen gemaakt hoe om te gaan met deze risico’s.
  5. Oog voor detail
    Een analyse van de keten wordt niet gemaakt op een achterkant van een bierviltje. Om het functioneren van de zwakke schakels in de keten te doorgronden is het belangrijk om goede oorzaak-gevolg analyses te maken. Naast het analyseren van de keten in detail, verliest een effectieve sc-manager zich niet in de details. Balans vinden in de details blijft een uitdaging voor iedere sc-manager.
  6. Positief tegenover technologie
    De Technologische ontwikkelingen in de keten gaan erg hard. Een effectieve sc-manager staat open voor nieuwe ontwikkelingen en volgt deze in de markt. Bij interessante ontwikkelingen is de sc-manager in staat om de juiste personen te vinden die deze nieuwe technologie in de praktijk gaat implementeren. Alle leidende ketens hebben ook leidende technologie in hun ketens ingezet.
  7. Zoekt overal verbetering
    Ketenmanagers moeten altijd bezig zijn met het continue verbeteren van de keten. Zelf vraag ik al mijn medewerkers altijd om minimaal 2 verbeter initiatieven aan te dragen per jaar. Door deze vaak kleine bottom-up verbeteringen blijft de keten zich continue verbeteren. De sc-manager is ook de persoon die de “heilige huisjes” binnen een bedrijf ter discussie moet stellen om vooruitgang te bereiken. Hiervoor is natuurlijk wel de nodige politieke sensitiviteit nodig zoals in punt 2 aangegeven.
Continue reading
Artikelen & publicaties

Leiderschap bij Ketensamenwerking (2017)

– Door prof. dr. Jack van der Veen, EVO Leerstoel Supply Chain Management (Nyenrode) –

In dit artikel wordt ingegaan op wat ‘goed leiderschap’ voor een supply chain manager bij Ketensamenwerking inhoud. Daartoe wordt eerst besproken wat ‘goed leiderschap’ in algemene zin is door een koppeling te maken met de context waarbinnen leiderschap wordt uitgeoefend. Vervolgens wordt die context nader ingevuld, eerst middels een formele definitie van ketensamenwerking en hoe ketensamenwerking als specifiek managementparadigma daarbinnen past en vervolgens door de plaats van een ketenmanager in de voortbrengingsketen aan te geven. Vanuit het geschetste perspectief worden daarna zes aandachtspunten voor leiderschap binnen ketensamenwerking toegelicht. Nevenstaand de link naar het gehele artikel.

Continue reading
Artikelen & publicaties

Cultuur(verandering) bij ketensamenwerking (2016)

– Door prof. dr. Jack van der Veen, EVO Leerstoel Supply Chain Management (Nyenrode) –

In deze white paper wordt ingegaan op de vraag ”Welke cultuur past bij organisaties die willen gaan werken vanuit de principes van Ketensamenwerking (KSW) en hoe zouden logistiek & supply chain managers de gewenste organisatiecultuur kunnen bewerkstelligen?” Eerst wordt ingegaan op de belangrijkste onderliggende principes van KSW en wordt betoogd dat KSW goed past bij een volatiele en onzekere bedrijfsomgeving. Vervolgens worden de belangrijkste begrippen van (organisatie)cultuur behandeld. Aan de hand van het concurrerende waarden model wordt geconcludeerd dat een ‘clan cultuur overgoten met een adhocracy cultuur’ het beste bij KSW past. Tenslotte worden een aantal aanbevelingen gedaan over KSW leiderschap en verandermanagement bij een cultuurverandering. Nevenstaand de link naar het paper.

Continue reading