Programma Executive Platform Ketensamenwerking 2026

Het Executive Platform Ketensamenwerking brengt directeuren/bestuurders uit de bouw en vastgoedsector bij elkaar die een uitdagende bouw en verduurzamingsopgave...

Programma High Potential Platform Ketensamenwerking 2026

Het High Potential Platform Ketensamenwerking brengt managers/projectleiders/sleutelfiguren uit de bouw en vastgoedsector bij elkaar die een uitdagende bouw, onderhoud...

Impact van Incentivesystemen in de Bouw

Incentives—financieel of niet‑financieel—worden in de bouwsector ingezet om prestaties, samenwerking, veiligheid en projectresultaten te verbeteren. De literatuur toont aan...

Beschrijving van de Externe Keten Maturity Meting [KSI 2025]

Veel organisaties in de bouw claimen in de samenwerking met externe partijen de principes van ketensamenwerking toe te passen....

Kenmerken van Ketensamenwerking in de Bouw [2025]

Stelling: Het is een keten, we werken samen dus we doen aan ketensamenwerking?! 1. Inleiding In de afgelopen jaren...
Executive Platform Ketensamenwerking
Programma Executive Platform Ketensamenwerking 2026
High Potential Platform Ketensamenwerking
Programma High Potential Platform Ketensamenwerking 2026
Artikelen & publicaties
Impact van Incentivesystemen in de Bouw
Externe Keten Maturity Meting (KSI)
Beschrijving van de Externe Keten Maturity Meting [KSI 2025]
Artikelen & publicaties
Kenmerken van Ketensamenwerking in de Bouw [2025]
Even voorstellen 

Mijn naam is dr.ing. Marcel Noordhuis, gepromoveerd op het toepassen van ketensamenwerking bij het bouwen & onderhouden van vastgoed. In deze blog breng ik artikelen, onderzoeksresultaten en ervaringen rondom de toepassing van ketensamenwerking samen. Ook publiceer ik met enige regelmaat mijn eigen ervaringen rondom de implementatie van ketensamenwerking. Op deze wijze probeer ik zowel vanuit de theorie alsook uit de praktijk een bijdrage te leveren aan het verbeteren van de kennis en kunde op het gebied van ketensamenwerking.
Mocht u nog materialen rondom de implementatie van ketensamenwerking hebben die nog niet op mijn blog staan, dan ontvang ik deze graag van u. U kunt mij bereiken via m.noordhuis@platform-ketensamenwerking.nl of 06 - 144 60 880
Resultaten (cijfers) - praktijk

Unieke samenwerking Oosterpoort, KlokGroep en De Variabele verlengd en verder uitgebreid

Ik kwam vandaag deze post tegen van Oosterpoort die als een van de eerste partijen serieus met Ketensamenwerking aan de slag is gegaan, daarin succesvol samenwerkt met een aantal strategische partners en nu die samenwerking weer verlengd en verder verdiept. Ik zou bijna zeggen een beter bewijs dat ketensamenwerking ”werkt” is er bijna niet.

Ik zou dus zeggen… lezen dit artikel 🙂 Ondertekening SOK3.0 – oosterpoort (oosterpoortwoon.nl)

 

Continue reading
Artikelen & publicaties

Ketengericht samenwerken bij installatieonderhoud

[MRE scriptie verkregen van Ernie van Dalen en alhoewel al een flink aantal jaren oud, deels nog steeds actueel]

Op 12 november 2012 werd door woningcorporatie Stichting Ymere de overeenkomst getekend met Feenstra en TBI-Bedrijf Comfort Partners voor het installatiebeheer van ca. 80.000 installaties in de woningvoorraad van Ymere (“Ymere kiest TBI-Bedrijf Comfort Partners voor resultaatgericht installatiebeheer,” 2012). Een enorme stap voor Ymere en beide installatiebedrijven. Immers, voordien werd het onderhoud van de installaties uitgevoerd door ca. 16 verschillende partijen en nu ondergebracht bij nog slechts 2. Als directeur van het TBI bedrijf Comfort Partners was de auteur destijds zeer nauw betrokken geweest bij alle fasen van de aanbesteding- en gunningprocedure tot en met de ondertekening van het contract. Gelijktijdig zocht hij een geschikt onderwerp voor deze scriptie.

De aanpak van Ymere sprak de auteur enorm aan. In deze aanpak is nadrukkelijk gezocht naar een vorm van samenwerking welke is geënt op een langdurige vorm van samenwerking. Waarbij openheid en transparantie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer belangrijk zijn alsmede de wil en wens tot het realiseren van een win-win (synergie) situatie voor opdrachtgever, opdrachtnemer en gebruiker (de bewoner). Het doel was, en is, werkelijk samenwerken in de keten. Daarnaast krijgt het thema “ketensamenwerking” vanuit fabrikanten (AWB, 2012), toeleveranciers, aannemers en opdrachtgevers in de bouwwereld steeds meer aandacht als een nieuwe manier van samenwerken die mogelijk ook kan bijdragen aan een oplossing voor de malaise in de bouw.

Vanuit deze actualiteit en een sterk geloof in de aanpak van “samenwerken is samen sterker”, is het onderwerp voor de scriptie voor de MRE opleiding aan de ASRE gekozen. Geen “kant en klare” oplossing voor alle problemen, maar wel een bijdrage aan wellicht een andere manier van denken en werken, welke is gericht op een beter resultaat voor alle partijen. Via nevenstaande link kunt u het rapport downloaden.

Continue reading
Artikelen & publicaties

Video: Nyenrode Bite door prof.dr. Jack van der Veen – Waarom Ketensamenwerking juist nu!

Ik kwam weer een mooi mini college tegen van Jack van der Veen (Nyenrode) die kort en bondig uitlegt waarom ketensamenwerking juist nu van extra groot belang is. Ook legt hij de verbinding tussen logistiek, supply chain management (ketensamenwerking) en bedrijfskunde. Daarnaast maakt hij duidelijk dat ketensamenwerking juist nu, in de omgeving waarin organisaties opereren van het grootste belang is om bestaansrecht te behouden.

Continue reading
Resultaten (cijfers) - praktijk

Anders aanbesteden, anders samenwerken door WBL

Ik kwam afgelopen week een post en filmpje tegen van Waterschap Limburg die me enorm deed denken aan de ervaringen die we in de afgelopen jaren hebben opgedaan in de woningbouwsector. Sterker nog, die principes die genoemd worden, de vraagstukken omtrent samenwerken (aanbesteden) en jezelf langjarig aan vaste partijen mogen verbinden, kwamen ook hier langs.

Mijn indruk – na het filmpje bekeken te hebben – is dat de woningbouwsector de Infrasector nog een enorme boost kan geven als het gaat om het delen van ervaringen. Zowel de juridische vragen, alsook de wijze waarop je excellente ketens bouwt, hoe je prestaties meetbaar en transparant maakt, het vraagstuk over verdeel en verdienmodellen, hoe dient het contractmodel gebaseerd op de principes van ketensamenwerking er uit te zien, zijn de afgelopen jaren ook allemaal in de woningbouwsector langsgekomen. Sowieso vind ik het leuk om ervaringen tussen sectoren via mijn blog te delen, dus hierbij de film die WBL heeft laten maken over hun zoektocht naar de beste samenwerkingsvorm met bouwpartijen.

Continue reading
Artikelen & publicaties, Resultaten (cijfers) - praktijk

Ervaringen van 20 jaar ketensamenwerking

Mooi om het verhaal van Egbert Kunst/GroenWest te lezen waarin verslag gedaan wordt van de jarenlange inspanning om ketensamenwerking tussen verschillende partijen in de keten te laten slagen. Zoals we al wisten vergt het een lange adem en gaat het niet alleen over techniek en stenen, maar ook over de organisatie van de samenwerking anders vormgeven. In mijn periode als promovendus en als consultant ben ik al op zoek geweest naar voorbeelden in de NL bouw waarin we konden laten zien dat ketensamenwerking niet alleen in theorie maar ook in de praktijk grote waarde heeft. Mooi ook dat ik aan en af zelf een steentje heb mogen bijdragen aan de vormgeving van de samenwerking bij GroenWest en nog mooier dat daar mensen zitten die ondanks tegenslagen toch koersvast blijven en daar nu samen de vruchten van plukken. Dikke pluim voor de partners en voor Egbert!

Continue reading
Onderzoek Ketensamenwerking

Leren van 15 jaar DBFM-projecten bij Rijkswaterstaat

Deze deelrapportage presenteert de analyse en bevindingen van de interviewronde die het onderzoeksteam van het departement Bestuurskunde en Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) heeft uitgevoerd in kader van het onderzoek Leren van 15 jaar DBFM-projecten bij RWS in opdracht van Bouwend Nederland en Rijkswaterstaat in de periode december 2019 – maart 2020 onder 34 publieke en private betrokkenen bij DBFM-projecten.

Het doel van deze interviewronde was om te achterhalen welke beelden er onder betrokkenen leven ten aanzien van de performance van DBFM-projecten en de invloed van het DBFM-contract op deze performance. De interviews werden gehouden aan de hand van tien kernvragen, waarmee de percepties van de betrokkenen over de performance in kaart zijn gebracht. Het betrof de volgende tien vragen:

  1. Tijd: Heeft DBFM bevorderd dat meer projecten op tijd werden opgeleverd ten opzichte van andere contractvormen? Waardoor komt dat?
  2. Financiën: Heeft DBFM bevorderd dat projecten voor het bedrag zoals overeengekomen – de contractwaarde – worden gerealiseerd en dat opdrachtnemers (SPC, EPC en MTC) een aanvaardbaar rendement realiseren?
  3. Kwaliteit: Heeft DBFM voor meer of minder procesen productkwaliteit gezorgd ten opzichte van andere contractvormen? Is de life-cycle-benadering voldoende uit de verf gekomen? Waardoor komt dat?
  4. Innovatie: Heeft DBFM meer of juist minder innovaties en optimalisaties gebracht dan andere contractvormen? Waardoor komt dat?
  5. Beschikbaarheid: Welke invloed heeft het beschikbaarheidsinstrumentarium gehad op het proces en de uitkomst, waaronder beschikbaarheid, van de projecten? Waardoor kwam dat?
  6. Risico’s: Hoe heeft DBFM het risicoprofiel van projecten beïnvloed? Wat is de implicatie voor de aard van de risico’s en de verdeling van de risico’s (ook binnen het consortium) en de mogelijkheid om risico’s te managen?
  7. Flexibiliteit: Is er binnen DBFM voldoende flexibiliteit aanwezig om wijzigingen in het project te verwerken? Waardoor komt dat?
  8. Samenwerking: Heeft DBFM geleid tot een betere samenwerking tussen opdrachtgever (OG) en opdrachtnemer (ON) en tussen opdrachtnemers onderling ten opzichte van andere contractvormen?
  9. De rol van de banken en investeerders: Wat is rol van de investeerders en banken, met inbegrip van de rol van de Lenders’ Technical Advisors (LTA) binnen DBFM? Wat zijn de positieve en negatieve effecten daarvan voor het risicomanagement?
  10. Lessen en toekomst DFBM: Welke lessen kunnen we leren van de DBFM-praktijk zoals deze zich de afgelopen 15 jaar heeft ontwikkeld?

De gehele rapportage kunt u via de nevenstaande link downloaden.

Continue reading
Onderzoek Ketensamenwerking

Verspilde moeite, over faalkosten in de bouwsector

– Publicatie van de ABN AMRO –

Faalkosten zijn een vast gegeven in de bouwsector, of het nu economisch goed gaat of niet. Uit de rapportage blijkt dat 39 procent van de ondervraagde bedrijven faalkosten heeft van 5 procent of meer van de aanneemsom. Het bouwproces is complex, waardoor het lastig is om deze kosten onder controle te houden. Faalkosten vormen een grote last waar elk bouwbedrijf vroeg of laat mee te maken krijgt. Door de faalkosten te verlagen kan het bedrijfsresultaat aanzienlijk verbeteren, zeker gezien de lage winstmarges in de sector. Kostenbeheersing is een onderwerp dat leeft in de sector. Veel bedrijven doen hun best om de faalkosten zo laag mogelijk te houden.

In de rapportage doet de ABN AMRO vijf aanbevelingen om de faalkosten binnen het bouwbedrijf te verminderen. Dit zijn aanbevelingen die voortkomen uit de interviews en de enquête die wij hebben gehouden. Ze zijn dus afkomstig van de bouwbedrijven zelf. Het navolgende overzicht bevat aanbevelingen die u kunt vertalen naar de praktijk van uw eigen organisatie.

1. Goede voorbereiding is het halve werk
Meerdere partijen geven aan dat meer tijd moet worden besteed aan de startfase: de fase waarin het ontwerp wordt gemaakt en het project wordt voorbereid. Meer tijd besteden aan de wensen van de opdrachtgever, een realistische planning en identificering van risico’s bij de start van het proces zorgt voor minder onzekerheid en kosten in de uitvoeringsfase. Met een goede voorbereiding worden wijzigingen door de opdrachtgever in de uitvoeringsfase voorkomen. Juist in die fase werken wijzigingen zeer verstorend aangezien ze onverwachte kosten, vertragingen, kwaliteitsissues en dus claims kunnen veroorzaken.

2. Samen kom je verder
In een sector waar zoveel partijen één product maken, is goede samenwerking essentieel. Het optimaliseren van die samenwerking, binnen en tussen bedrijven, zorgt voor meer kennisinbreng, meer betrokkenheid en minder misverstanden tussen alle partijen. De bedrijven die de enquête hebben ingevuld, noemen samenwerken met vaste partners als belangrijkste stap om de faalkosten te verminderen. Bedrijven die in de crisis vasthielden aan vaste partners profiteren daar nu van, terwijl er ook voorbeelden zijn van partijen die het tegenovergestelde deden en daar nu de nadelen van ondervinden. Het samenbrengen van de belangrijkste partijen in een bouwteam helpt het bouwproces en de planning. Dat vereist wel dat veel aandacht wordt besteed aan de samenstelling van het bouwteam en op welk moment in het bouwproces partijen bij elkaar worden gebracht. Het is dus zaak dat partijen elkaar leren kennen en daar op voortbouwen.

3. Op ervaring kun je bouwen
De bouwsector is in korte tijd geconfronteerd met zowel laag- als hoogconjunctuur. De meest recente crisis was diep en gaf de bouwsector een flinke tik. Veel vakmensen verloren hun baan. Veel werknemers werden zelfstandig. Vooral jonge bouwlieden kwamen op een zijspoor en de instroom bij opleidingen droogde op. Door het geringe aantal bouwprojecten in de crisisjaren hebben dus relatief weinig mensen ervaring op kunnen doen met opdrachtgeverschap voor de bouw, bouwwerkzaamheden of risicomanagement. Met de omslag in het economisch tij ondervindt de sector hiervan nog steeds de gevolgen, zoals blijkt uit de interviews. Wanneer het ontbreekt aan de juiste ervaring, kennis en vaardigheden wordt het risico op fouten vanzelfsprekend groter. Opleiden van werknemers loont dus.

4. Innovatie en standaardisatie
Procesoptimalisatie en procesinnovatie, zoals efficiënter plannen, digitalisering en automatisering, helpen bij het voorkomen van fouten en het verlagen van de kosten. De geïnterviewde bedrijven geven aan dat, het belangrijk blijft om verder te innoveren en te verbeteren. Door nu in te zetten op innovatie zorgen bedrijven voor lagere (faal)kosten op de langere termijn. De meeste geïnterviewde bedrijven komen met voorbeelden van innovatie, terwijl dit bij de geënquêteerde bedrijven in mindere mate naar voren komt. Standaardisatie van het proces, product en project is ook innovatie.

5. Deel kennis met elkaar en leer van fouten
De geïnterviewde bouwers en adviseurs zien kansen in het leren van gemaakte fouten. Bedrijven moeten intern en met hun partners open communiceren over wat fout gaat. Dat betekent dat bedrijven de tijd moeten nemen om terug te kijken en gedurende het werk al lijsten moeten bijhouden met de meest voorkomende fouten, bijvoorbeeld per fase of type project. Ook het verminderen van de afhankelijkheid van een of enkele personeelsleden met unieke kennis en vaardigheden zorgt voor een daling van de faalkosten. Zorg dat hun kennis, ook
over waar het mis kan gaan, gedeeld wordt. Die kennis is dan meer waard

Continue reading
Artikelen & publicaties

Inefficiëntieschade in de bouw en installatietechniek

‘- Door mr.dr. Marcel Ruygvoorn (Van Benthem & Keulen) –

Tijd is geld en dat betekent dat een aannemer er groot belang bij heeft om zijn werkzaamheden zo efficiënt mogelijk te verrichten. Dat die werkzaamheden niet altijd maximaal efficiënt zullen worden verricht, weet de aannemer ook; niet alles loopt op de bouw altijd van een leien dakje, dat weet hij en met dat gegeven zal hij, bij het bepalen van de aanneemsom, ook rekening houden. Maar wat indien de aannemer zijn werkzaamheden significant minder efficiënt kan uitvoeren dan door hem, bij het sluiten van de overeenkomst en rekening houdend met – kort gezegd – de gebruikelijke tegenvallers, was voorzien als gevolg van omstandigheden die de opdrachtgever zijn toe te rekenen? Dan leidt dit tot inefficiëntieschade die de aannemer mogelijk wil verhalen op de opdrachtgever.

In de praktijk blijkt dit laatste evenwel vaak lastig te realiseren. In dit artikel wordt ingegaan op de mogelijke juridische grondslagen voor
dergelijke claims en de praktische (bewijs)problemen waar de aannemer bij een dergelijke claim te maken heeft.

Continue reading
Onderzoek Ketensamenwerking

Planmatig renoveren door de ogen van woningcorporaties

Om het proces van planmatige renovatieprojecten te onderzoeken hield adviesbureau Jonge Honden elf diepte-interviews met verschillende woningcorporaties. Aan de hand van een klantenreis werden de ervaringen over het gehele proces, met de betrokken actoren, besproken. Samen met en door de ogen van woningcorporaties is er antwoord gegeven op de vraag: Hoe ervaren woningcorporaties het proces van planmatige renovatieprojecten, van initiatie tot met de evaluatie? Via nevenstaande link kunt u de rapportage downloaden.

Continue reading
Artikelen & publicaties

Bouwstenen voor een samenwerkingsvaardige organisatie

[Holland/Belgium Management Review, door Ruben van Wendel de Joode, Edwin Kaats en Wilfrid Opheij]

Samenwerkingsvraagstukken en allianties bepalen bij veel organisaties de bestuurlijke agenda. In de bestuurskamer dringt het besef door dat geen enkele organisatie nog ‘in haar eentje’ de complexe vraagstukken van deze tijd kan oplossen. Nadat er aanvankelijk veel aandacht was voor allianties en netwerken als organisatievorm en vervolgens voor het proces om tot succesvolle samenwerkingsverbanden te komen, ontstaat er de laatste tijd meer aandacht voor het vermogen van organisaties om in samenwerkingsverbanden succesvol te acteren.

Het aantal samenwerkingsverbanden groeit, maar dat wil nog niet zeggen dat het altijd goed gaat. Ongeveer de helft van het aantal allianties mislukt. Organisaties zijn daarom op zoek naar een vorm om ‘samenwerkingsvaardiger’ te worden en hun samenwerkingscompetentie te borgen. In de private sector volgen ondernemingen de voorbeelden van Philips en Eli Lilly en wordt alliantiemanagement actief ontwikkeld. Ook in de publieke sector wordt de samenwerkingsvaardige organisatie een factor van betekenis. Zo zoekt de rijksoverheid naar manieren om met minder mensen betere resultaten te boeken en ziet zij een oplossing in de regierol. Gemeenten zijn op zoek naar een organisatiemodel waarin zij, afgestemd op steeds wisselende bestuurlijke prioriteiten, flexibel kunnen opereren met partners. Wat maakt nu een organisatie samenwerkingsvaardiger dan andere organisaties? Via nevenstaande link kunt u het gehele artikel bestuderen.

Continue reading
Artikelen & publicaties

Ketens de baas; pijlers en bouwstenen voor ketensturing

Voor u gevonden het dossier ‘Ketens de baas’ door Valentijn Crijns (Belastingdienst), Erik Ruiterman (NOVARE consult B.V.), Menno Aardewijn (UWV) en Ard-Pieter de Man (Hoogleraar Management Studies aan de Vrije Universiteit Amsterdam).

Doel en opzet van ‘Ketens de baas’
‘Ketens de baas’ is in eerste instantie bestemd voor bestuurders, maar kan ook voor andere betrokkenen bij de ontwikkeling en werking van een keten een rol spelen. Het wil handvatten bieden voor ketensturing. Het leidende gezichtspunt voor dit dossier is dat de ‘hardware’ binnen ketens niet gevormd wordt door computers, maar door de ‘soft skills’ van de ketenspelers. Het zijn hun vaardigheden en kwaliteiten die doorslaggevend zijn voor het ontstaan van succesvolle ketensamenwerking, en niet de technologie.

Het dossier wil vanuit dit gezichtspunt de ketenpartijen ondersteunen bij het inrichten van ketensturing. Vanzelfsprekend is elke keten uniek. Er bestaat geen vaste handleiding, laat staan een standaard organisatie-of besturingsmodel voor ketens. Dit dossier gaat uit van het standpunt dat er geen ‘beste oplossing’ bestaat voor ketensamenwerking maar dat verschillende ketens verschillende vormen van organisatie en besturing behoeven. Het dossier biedt derhalve geen normatief voorschrift voor ketensturing. Dat neemt niet weg dat een bestuurlijke keuze voor het gebruik van voorschriften en standaarden op het gebied van architectuur en informatievoorziening in het kader van de één-overheidsgedachte ook binnen ketens voor de hand ligt. Het dossier levert, met het aanbieden van in de praktijk toegepaste en gevalideerde bouwstenen, een bijdrage aan een algemene besturingsvisie met praktische aanwijzingen voor een besturingsaanpak. Op basis daarvan kunnen ketenpartners hun eigen ‘keten de baas’ worden én blijven.

We leven in een tijd waarin publieke organisaties steeds meer in ketens en andere verbanden samenwerken. De achterliggende reden daarvoor is simpel, de burger en het bedrijf zien de overheid als één geheel, en verwachten dat overheidsorganisaties gegevens onderling delen en hun uitvoeringsprocessen op elkaar afstemmen. Als bestuurder krijg je als gevolg daarvan in toenemende mate te maken met organisatie overstijgende samenwerking.

De dagelijkse praktijk toont aan dat die samenwerking over organisatiegrenzen heen nog veel taaie problemen kent en de nodige uitdagingen met zich meebrengt. Dat maakt het om te beginnen lastig om de vooraf vastgestelde ketendoelen te halen, denk bijvoorbeeld aan de moeizame aanpak van het ‘scheefwonen’. Ketensamenwerking is niet zozeer een zaak van techniek maar ook en vooral van mensen. In een keten moeten die niet alleen elkaars processen en de onderlinge verwevenheid daartussen begrijpen, maar zij moeten ook met elkaar
samenwerken. Ketensamenwerking vergt van bestuurders dan ook dat ze niet alleen de techniek en de inhoud regelen, maar ook uitdrukkelijk aandacht besteden aan de culturele en relationele aspecten die bij die samenwerking horen. Dit roept natuurlijk allerlei vragen op.

  • Welke uitgangspunten zijn bijvoorbeeld van belang voor een succesvolle ketensamenwerking?
  • Hoe wordt voorkomen dat de individuele organisatiebelangen de horizontale samenwerking blokkeren?
  • Welke rollen en competenties zijn nodig?
  • Wat betekent dit voor bestuurders, managers en medewerkers?
  • En welke voorwaarden zijn van belang voor implementatie van een bestendige ketensamenwerking?

Inmiddels heeft een aantal ketens het stadium van de kinderziektes achter de rug en blijken zij in de praktijk te werken zoals ze bedoeld waren. Voorbeelden daarvan zijn de loonaangifteketen en de keten voor werk en inkomen, maar ook de ketensamenwerking rond de ontsluiting van het Nieuwe Handelsregister hoort in dit rijtje thuis. Aan de hand van de ervaringen van uw collega’s uit deze ketens geeft het dossier ‘Ketens de baas’ een antwoord op de hiervoor genoemde en andere vragen. Daarmee biedt het dossier u een op de praktijk gestoelde visie op het inrichten van organisatie overstijgende samenwerking. De principes en handvatten in het dossier kunt u toepassen in alle situaties waarin organisaties op gelijkwaardig niveau samenwerken, in ketens, maar bijvoorbeeld ook bij de samenwerking tussen gemeenten, binnen Regionale Uitvoeringsdiensten en tussen registerhouders en afnemers binnen het stelsel van Basisregistraties.

Dus, als u van de samenwerking met andere organisaties een succes wilt maken is het lezen van dit dossier de moeite meer dan waard!

Continue reading